F. Getallen en Cijfers

Deze activiteiten zijn ook beschikbaar in het Engels  en het Roemeens 

Veel moet nog vertaald worden.

F3 Hoeveel is het?

Vaardigheden die geoefend worden: herkennen van cijfers; tellen; concentratie.

Nodig: voor iedere student,  tien kaarten (of papiertjes) met de cijfers van 1 tot 10 erop; ongeveer 55 steentjes (of  noten, schelpen, gedroogde erwten, knopen . . .) voor elke student; het papier van de laatste les waarop 10 diren getekend zijn.

Spel: Leg het juiste cijfer op het juiste dier.

Iedereen krijgt een handvol steentjes.

Leg zoveelsteentjes op de tekening als het cijfer wat erop staat. (een steentje bij #1; 2 steentjes bij #2)

Loop rond terwijl de studenten bezig zijn, geef hulp en bevestiging.


F10 Hoeveel vingers?

Vaardigheden die geoefend worden: cijfers herkennen; tellen; fijne motoriek.

Nodig: een set van tien kaarten of papiertjes met de cijfers 1-10 erop geschreven.

Spel: Iedereen legt zijn handen op tafel.

We hebben twee handen, met samen  tien vingers. Kan je een vinger omhooghouden terwijl je hand blijft liggen? Lukt het met twee  vingers?

Laat een kaart met een cijfer erop zien.

Houd zoveel vingers in de lucht als het cijfer wat op de kaart staat.

Herhaal net zolang tot de cijfers bekend zijn.