B. Visuele Vaardigheden

Vaardigheden die geoefend worden:  verschillen zien (belangrijk bij het zien van verschillen tussen letters), beschrijven, volgorde onthouden, links-rechts en rechts-links; een taak serieus oppakken en ook afmaken.

Zie ook:  ** Welke vorm?


B1: Kopie Kopjes – Vertaling nodig

 

 

 


B2: Builders/Architect – Vertaling nodig

Needed:  empty plastic cups, empty plastic bottles or other containers, small empty boxes, egg cartons, blocks of wood, etc.

Enough for each student to have the same number of things.

 Activity: 

  


B3: Mozaiek

Nodig: Voor iedereen 4 of 5 kleine dingetjes (knopen, noten, steentjes, zaden, flessendoppen, tandenstokers, afgebrande lucifers, plastic lepels of vorken), papier als ondergrond.

Spel: Maak kleine groepjes van maximaal 5 personen. Een van het groepje kiest drie (verschillende) dingetjes en legt ze in een patroon op het papier. De anderen kijken goed en leggen het precies na. Hebben we het goed gezien? Leg om de beurt het patroon.

Variatie 1: Teken de mozaïeken op het papier als er niet genoeg dingetjes zijn.

Variatie 2: Iedereen kijkt goed naar het patroon. En doet dan de ogen dicht. Een persoon verandert snel een of twee dingetjes. Zien we wat het is?

Variatie 3: We werken in tweetallen. De één verandert het patroon en de ander kijkt of hij het verschil vindt.

 


B4 Zie je het verschil?

 Nodig: Minstens 5 studenten.

Spel:   Voor de groep staan drie studenten in een rij naast elkaar.

De leider zegt iets over ieder van hen (bij voorbeeld: deze jongen heeft blond haar, dit meisje heeft een groene broek aan enz.)

Iedereen doet zijn ogen dicht terwijl de studenten in de rij van plaats verwisselen.

Vraag de groep:”Kun je het verschil zien?” of
“In welke volgorde stonden ze eerst?”

Maak de rij langer en speel het spel nog een keer. Maak de rij nog iets langer en speel het spel tot de groep de volgorde van de studenten in de rij niet meer kan onthouden of tot iedereen meedoet met in de rij staan.

Variatie #B4a: Zie je het verschil met voorwerpen.

Nodig: meerdere kleine voorwerpen of speelgoed.

Spel: Doe het spel met voorwerpen in plaats van studenten. Leg de voorwerpen op tafel of ergens anders waar iedereen ze kan zien. Kijk er allemaal goed naar.

Nu doet iedereen zijn ogen dicht terwijl je een voorwerp wegneemt, er een toevoegt of de plaats van de voorwerpen verwisselt.

De ogen mogen weer open en iedereen kijkt wat er veranderd is. Een student mag het vertellen, waarbij bepalingen van plaats genoemd worden (naast, de tweede van rechts, tussen).

Doe dit een paar keer of laat de studenten om de beurt iets veranderen.

Werkblad: Zie je de verschillen tussen twee tekeningen?

Gratis werkbladen:

http://www.activityexpress.co.uk/spot_the_difference_activities.html

http://www.elcivics.com/worksheets/games/find-differences/download.html

http://www.kidsfront.com/find-differences.html

Doe er een samen met de groep, zodat iedereen begrijpt wat de bedoeling is, daarna werken de studenten zelfstandig. Misschien kunnen de studenten hun eigen werkblad tekenen en het door de anderen laten maken.

 


B5:  Statues

Needed:  nothing.

Activity: One person is the “artist.” The rest all stand in a circle. At a signal (whistle; music starts playing; all start singing), they walk around the circle, waving their arms and hands. At the next signal (whistle; music stops; bell rings), they all freeze.

The Artist chooses the student frozen in the strangest position as a statue. All the other students look carefully at the “statue,” then try to stand exactly as the statue is standing.

Repeat as long as it remains fun to do.

 Variation 1: The artist arranges the “statue.” Everyone must look carefully, paying attention to details. How are the statue’s fingers arranged? Is the statue’s head up or down? Looking left or right? The students then try to mimic the statue.

Variation 2: Change the statue. Instead of mimicking the statue, the students all turn their backs or close their eyes. The artist makes one or two small changes to the statue. Everyone looks again. The first student to notice the difference gets to switch with the statue or the artist. Repeat as long as students enjoying doing it.

Variation 3:  Twin Statues. Only one student tries to mimic the statue. The rest of the class looks carefully. Are the two statues exactly the same? No? What is different? Repeat with other students until all who want to have had a turn.

Triple Statues. A student on each side of the statue tries to mimic the statue. Are they exactly the same? No? What is different?

Variation 4: Combine #2 & #3. The Artist changes one statue. Can the class see which one is changed and how?

Variation 5: Sight-unseen Statue. The Master Artist arranges the statue. Another student is the Artist-in-training has his/her back to this statue. Once the artist is finished, members of the class take turns describing to the Artist-in-training what the statue looks like. The Artist-in-training tries to arrange his/her statue to match the Master Artist’s.